
Beoordelingscriteria Schrijven 3F
​
Samenhang
Je geeft hoofd- en bijzaken inzichtelijk weer. Dit doe je door met complexere verbanden (bijv. oorzaak-gevolg (door, waardoor, zodat, als gevolg van), voor- en nadelen (aan de ene kant, aan de andere kant) overeenkomsten, vergelijkingen (evenals, lijkt op, overeenkomstig) etc. samenhang aan te brengen.
Lange meervoudig samengestelde zinnen (bijv. Ik vind het logisch dat de veroordeelde crimineel langere celstraf heeft gekregen na zijn ontsnappingspoging.) zijn goed te begrijpen,
Je gebruikt correcte voegwoorden (eenvoudig: en, want, maar, omdat, dus, dat, of. complex: tenzij, hoewel, totdat, terwijl, aangezien, tevens etc.)
Je maakt correct complexe verwijzingen (bijv. Als het ontwerp klaar is, kunt u dat bij ons inleveren. De organisatie heeft haar nieuwe plannen gepresenteerd. De oppas is trots op de kinderen en geeft hun een compliment.), ook in complexe constructies (bijv. De Nederlandse bevolking heeft haar stem laten horen. De staatssecretaris deed een voorstel dat niet uitgevoerd kon worden).
​
Afstemming op doel
Je werkt de opdrachten uitgebreid uit waarbij je meer laat zien (Een verdiepend niveau door bijv. sterke argumentatie, duidelijke motivatie, goed advies, uitvoerige uitleg, origineel plan, overzichtelijke presentatie van uitkomsten onderzoek) dan het volgen van de opdracht.
​
Afstemming op publiek
Je kunt verschillende registers (bijv. wervend, academisch, informeel, fictief, betogend, evaluerend, etc.) correct gebruiken en je hebt geen moeite om het register aan te passen aan de situatie en het publiek. Je kunt schrijven in een persoonlijke stijl die past bij de lezer.
​
Woordenschat en woordgebruik
Je hebt een zeer grote en gevarieerde woordenschat, dat laat je zien door regelmatig te variëren in woordgebruik (Het gebruik van synoniemen en alternatieve formuleringen in plaats van (hinderlijke) woordherhalingen.) Eenvoudige (bijv. voor, achter, op, naar, in, tussen, onder, boven, aan, door etc.) en complexe voorzetseluitdrukkingen (bijv. als gevolg, van, door middel van, met betrekking tot, onder invloed van, ten aanzien van, in verband met etc.) en idiomatische uitdrukkingen (bijv. rode draad, met hart en ziel, de wind van voren krijgen, de laatste loodjes wegen het zwaarst) worden correct gebruikt.
​
Spelling, interpunctie en grammatica
Je hebt een goede beheersing van de spelling, interpunctie en grammatica. Je formuleert complexere zinnen vrijwel altijd correct (bijv. Ik denk dat zij de niet meer werkende computer moet formatteren, voordat ze hem naar de stortplaats brengt).
Je gebruikt werkwoordsvormen altijd correct, ook complexe onregelmatige werkwoorden (bijv. brengen-bracht-gebracht, heffen-hief-geheven, bieden-bood-geboden.) zijn meestal correct.
Je maakt zelden spelfouten. De regels ten aanzien van complexe interpunctie (Hoofdletter (begin van de zin, bij eigennaam en directe rede), dubbele punt, komma, punt, uitroepteken, vraagteken, aanhalingsteken) pas je correct toe. Je maakt zelden fouten in werkwoorden.
​
Leesbaarheid
Je gebruikt tekstconventies (bijv. titel, adressering, datering, aanhef, ondertekening, tussenkopjes, witregels, marges, paragrafen.) altijd correct.